|
De verdieping geeft achtergronden en details bij het programma Binnenstad en bevat een volledig overzicht van alle projecten en activiteiten die het programma voorstelt.
> De aanpak
> De programmabeheersing
> Een aantrekkelijke binnenstad
> Uitvoeringsprogramma 2009
> Inspanningenoverzicht 2010 en verder
> Projecten per locatie
Een aantrekkelijke binnenstad
Visievorming aan de hand van de hoofdvraag:
Welke functionele en ruimtelijke aspecten maken een binnenstad aantrekkelijk?
1. Richten op een breed publiek: Binnensteden kunnen een sterkere positie verkrijgen door zich op een breed publiek te richten. Gezinnen met kinderen, ouderen, toeristen en zakelijke bezoekers zijn belangrijke doelgroepen. De aanwezigheid van functionele deelgebieden leidt tot herkenbaarheid en binding hetgeen uiteindelijk in hogere bezoekfrequenties resulteert. Hiervoor kunnen deelgebieden als A1-gebied, hoogwaardig kwalitatieve gebieden en dwaalgebieden met vooral zelfstandige detailhandel voorzieningen als voorbeeld dienen.
2. Kwaliteitsverbreding: Het voorzieningenaanbod moet van goede kwaliteit zijn, met een goede uitstraling en van alle prijsniveaus. Alle categorieën consumenten kunnen pas dan naar tevredenheid hun inkopen doen. Het merendeel van de publiek richt zich op de main stream producten, maar de aanwezigheid van bijzondere artikelen wordt ook gewaardeerd.
Kwaliteit betekent ook het voortdurend actualiseren van het aanbod. Producten en formules moeten zich vaak vernieuwen zodat consumenten steeds weer verrast worden.
3. Evenementen en speciale attracties: Het organiseren van evenementen zoals festivals, muziekevenementen, themajaren (Rembrandtjaar) en bloemenmarkten kan een positieve invloed hebben op de economische resultaten van de binnensteden.
4. Versterking onderscheidend vermogen: De aanwezigheid van typische lokale kenmerken die de unique selling points van de binnenstad zijn. Hierbij kunnen we denken aan bekende warenhuizen in bijzondere gebouwen, flagshipstores (nieuwe formules) en lokale bedrijven met geheel eigen uitstraling. De historische binnenstad vormt een unique selling point.
5. Versterking woonfunctie binnensteden: Binnensteden hebben van oudsher een woonfunctie. Door de nabijheid van het openbaar vervoer, de voorzieningen en de (historische) sfeer is het wonen in de binnensteden aantrekkelijk. Inwoners van de binnenstad verhogen de sociale veiligheid en zorgen ook na sluitingstijd van de voorzieningen voor een levendig karakter.
6. Scheppen van ruimte: het gebrek aan ruimte voor vestiging van publiekverzorgende voorzieningen is een van de grootste bedreigingen voor de binnenstad. Veel partijen worden hierdoor genoodzaakt om buiten het centrum of zelfs buiten de gemeentegrenzen naar ruimte te zoeken. Herontwikkeling schept mogelijkheden voor het realiseren van nieuwe voorzieningen.
7. Een aantrekkelijke openbare ruimte: door het opwaarderen van de kwaliteit van de openbare ruimte wordt het onderscheidend vermogen van binnensteden bevorderd. Een aantrekkelijke en goed onderhouden openbare ruimte is het visitekaartje voor de gemeente en voor inwoners en bezoekers. Ook verhoogt een hoge kwaliteit van de openbare ruimte de waarde van het vastgoed en zal de bereidheid van eigenaren om te investeren in de kwaliteit van het vastgoed toenemen.
8. Verbeteren bereikbaarheid en parkeermogelijkheden: Deze twee aspecten behoren tot de ‘hot issues’ van de binnenstedelijke problematiek. Een goede (regionale) bereikbaarheid zowel met de auto als met het openbaar vervoer én het bieden van voldoende (kwalitatieve parkeermogelijkheden bepalen in sterke mate de aantrekkelijk voor inwoners en bezoekers van de binnensteden. Hierbij is het van groot belang dat de parkeerplaatsen op een duidelijke manier worden aangegeven en da t ze op een logische wijze aansluiten op zowel de binnenstedelijke voorzieningen (zoals het kernwinkelgebied) als op de aankomst routes vanuit de regio. Het economisch presteren van de binnensteden is mede afhankelijk van de kwantiteit en kwaliteit van deze twee aspecten.
Focus in de visie op Leiden
Ecorys benoemt negen functionele en ruimtelijke aspecten die een binnenstad aantrekkelijk maken (zie Bijlage 2). Als dit de negen ‘waarheden’ zijn om elke binnenstad aantrekkelijk te maken, welke stappen - op basis van de structuur van de binnenstad, de aanstaande veranderingen en de eigen sterktes en zwaktes - moet Leiden dan in ieder geval zetten? Ecorys adviseert de volgende vier stappen te zetten:
- Creëer een logisch zwaartepunt tussen de winkelassen en positioneer daarom heen bronpunten.
Het kernwinkelgebied moet niet verder worden uitgerekt, maar juist - vanwege de al grote lengte van de winkelassen – centreren. De structuur van de binnenstad vraagt om een logisch zwaartepunt, waarbij de koppeling (doorloop) van Breestraat aan Haarlemmerstraat duidelijker moet worden geaccentueerd.
- Creëer diversiteit en bouw het basisvoorzieningenniveau samen met hoogwaardige winkels uit.
Leiden heeft een doorsnee winkelapparaat met gebrek aan grootschalige units en ontwikkelingsmogelijkheden.
- Benoem logische thematische clusters.
Koppel hieraan een programma ten behoeve van de bronpunten. Hiermee wordt additioneel koopgedrag gefaciliteerd en kan tevens het parkeerprogramma hoogwaardig worden ingevuld.
- Uitbreiding van de evenementenkalender.
De historische setting en context vormen een ideaal podium voor evenementen. Bezoekers moeten echter verleid worden om geld uit te geven. Er moet dus meer en anders worden aangeboden.
Deze adviezen, samen met de overige adviezen zijn gevolgd in het samenstellen van de visie op de ontwikkeling van de Leidse binnenstad.
In een A1 gebied komen de grootste groepen winkelende mensen. Daar zitten vooral de landelijke merken en ketens. Deze kunnen ook de hoogste huren betalen. A1 is dus een maat voor aantal, niet voor de aanduiding van een ‘kwaliteitwinkel’. Juist de speciaal- en kwaliteitwinkels zoeken locaties met lagere huren buiten het A1 gebied, in het zwerfmilieu, maar wel in de nabijheid van het A1 gebied.
|