|
Niet alleen de gemeente heeft plannen met de Leidse binnenstad. Ook gebruikers van dit gebied hebben zo hun wensen. In De toekomstdromen geven acht van hen hun visie op wat er moet gebeuren.
Fons Verheijen, architect
Ton Boon, directeur Stichting Pieterskerk Leiden
Charlotte Lemmens, bewoonster aan Het Plantsoen
Wouter Helder, taxichauffeur
Corielle Hermans, woont in Oud Ade
Marscha en Anna, scholieren uit Hazerswoude
Michael Roumen, zakelijk leider Leids Film Festival
Frank van Leeuwen, directeur Prokwadraat
Charlotte Lemmens, bewoonster aan Het Plantsoen:
"De omgeving moet aanvoelen als een warme jas"
Leiden heeft heel veel prachtige gebouwen. Die moet je mooi laten uitkomen, vindt Charlotte Lemmens, woonachtig in een fraai monumentaal pand aan Het Plantsoen. Dat is allereerst een kwestie van goed onderhoud, stelt zij. "Maar de omgeving is ook belangrijk. Een prachtig beeld komt ook niet uit de verf op een verkeerde plek."
De gemeente Leiden wil een betere kwaliteit van de gebouwde omgeving. Wat is kwaliteit van de gebouwde omgeving voor jou?
"Ik vind het belangrijk dat ik me behaaglijk kan voelen in de gebouwde omgeving. Die omgeving moet aanvoelen als een warme jas. Maar het zou ook zo moeten zijn dat ik me prettig beweeg zonder er direct heel erg op te letten. Ga ik dan eens écht ga kijken, bijvoorbeeld tijdens een wandeling op zondagmiddag, dan wil ik verrast worden omdat fantastische details me ineens opvallen. Dat kan als ruimte en beslotenheid elkaar voortdurend afwisselen. Belangrijk is ook dat hoeken, poortjes en daken verzorgd gebouwd en geaccentueerd zijn. Met pleintjes en brede en bijzondere kleine steegjes. Dat betekent dus ook dat we royalere ruimte niet in een soort reflex moeten verkruimelen, maar echt pleinen moeten durven laten zijn."
Hoe ver is Leiden van dat ideaalbeeld verwijderd?
"Met Leiden is niet zo veel mis. De stad heeft heel veel prachtige gebouwen. Op het Rapenburg bijvoorbeeld. Maar ook de Binnenvestgrachten zijn een lust voor het oog. Of dat prachtige rijtje huizen aan het Galgewater voor de Rembrandtbrug, de oude Zeevaartschool en het gebied om de Hooglandse Kerk. Kwaliteit is er wel degelijk. Maar er zitten ook veel lelijke plekken in. Neem bijvoorbeeld die rand met badtegels op de hoek van de Steenschuur en de Langegracht. Lelijk en zo onnodig. Of dat pand aan de Ingenieur Driessenstraat op de hoek met de 2e Binnenvestgracht. Dat staat al heel lang op instorten. Wil je een betere kwaliteit, dan zul je daar veel sneller iets aan moeten doen."
Beter onderhoud en de rotte plekken opknappen, is dat de oplossing?
"Dat is zeker belangrijk. Plannen van de gemeente om een NV Stadsherstel op te richten voor het opkopen, opknappen en de exploitatie van incourante monumentale panden, juich ik dan ook van harte toe. Maar hoe dat opknappen gebeurt, is ook van groot belang. Architectuurstatements, daar gruwel ik bijvoorbeeld van. Willen we per se een pand modern opknappen, laten we dan met grappige stijlelementen een verbinding maken met de oude panden daar omheen. Gaan we gaten opvullen? Laten we dat dan doen met respect voor de context. Dat betekent geen egogebouwen. Architecten zouden zich in zo’n karakteristieke, oude omgeving moeten realiseren dat zij dienstbaar zijn aan de stad, en niet andersom. Markante nieuwe gebouwen moeten er ook zijn, maar wel op daartoe geschikte plaatsen, en zeker niet concurrerend met de monumenten uit het verleden."
En particulieren, hoe krijg je hen zover dat zij de kwaliteit van de gebouwde omgeving zelf ter hand nemen?
"Ik heb in Groningen gewoond, en daar heeft de gemeente in samenwerking met de sociale werkvoorziening overal werkplaatsen ingericht waar mensen uit de buurt gebruik van kunnen maken. Particulieren kunnen daar voor een prikkie gereedschap huren, en er is deskundige hulp aanwezig. Daar gaat een enorme stimulans van uit, en je voorkomt op die manier dat er onveilig geklungeld wordt."
Stel: dan gaan we onze monumenten en woningen gestructureerd opknappen. Zijn we er dan?
"Opknappen is nodig. Maar een prachtig gebouw in een grenzeloos lelijke straat komt echt niet tot zijn recht. En als je als een opgejaagd hert door de stad moet manoeuvreren omdat overal om je heen verkeer raast, dan is het doorgaans erg slecht genieten van de omgeving. Er is dus wel meer voor nodig dan louter opknappen om die gedroomde kwaliteit in de bebouwde ruimte te brengen. Ik ben er daarom sterk voor om zowel bebouwde omgeving als de gehele omgeving en infrastructuur in een samenhangende visie aan te pakken."
|